Rekenen · groep 4

Hoofdrekenen

Je kind rekent vlot uit het hoofd met de bouwstenen voor rekenen tot 100: hele tientallen erbij en eraf (40 + 30), aanvullen tot een tiental en tot 100, aftrekken vanaf een tiental, verdubbelen en halveren en rekenen naar analogie (4 + 3 → 34 + 3).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHele tientallen optellen en aftrekken via de kleine som.
  • BegrijpenRekenen naar analogie binnen een tiental: 4 + 3 = 7, dus 34 + 3 = 37.
  • ZelfstandigAanvullen tot het volgende tiental en aftrekken vanaf een tiental.
  • ZelfstandigHele tientallen aanvullen tot 100.
  • ToepassenVerdubbelen en halveren tot 100.
  • ToepassenDeze sommen vlot (binnen enkele seconden) uit het hoofd.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

30 + 10 = ?

Niveau 1: Begrijpen

68 − 4 = ?

Niveau 2: Zelfstandig

47 + ? = 50