Breuken vergelijken
Je kind vergelijkt breuken: stambreuken (1/3 is groter dan 1/4), breuken met dezelfde noemer, en breuken met 1/2 of 1 als ijkpunt.
Wat je kind oefent
- BegrijpenTwee stambreuken vergelijken: hoe groter de noemer, hoe kleiner het stuk.
- BegrijpenBreuken met dezelfde noemer vergelijken.
- ZelfstandigVergelijken met 1/2 of 1 als ijkpunt.
- ToepassenDrie of vier breuken ordenen.
- ToepassenIn een situatie bepalen wie het meest krijgt.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.