Rekenen · groep 6

Breuk aftrekken ongelijknamig

Je kind trekt ongelijknamige breuken af door ze eerst gelijknamig te maken (3/4 − 1/2 = 1/4).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenAftrekken als de ene noemer een veelvoud is van de andere.
  • ZelfstandigAftrekken als beide noemers moeten veranderen.
  • ToepassenAftrekken in een situatie (hoeveel blijft er over?).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

3/4 − 3/8 = ?

Niveau 2: Zelfstandig

5/8 − 1/6 = ?

Niveau 3: Toepassen

In een fles zit 2/3 liter. Je drinkt 1/4 liter. Hoeveel liter blijft over?