Rekenen · groep 5

Gewichtseenheden herkennen

Je kind kent kilogram, gram en ton, weet dat 1 kg 1000 g is en kiest bij een voorwerp de passende maat en een realistisch gewicht.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of je in kilogram of gram weegt.
  • ZelfstandigRealistisch gewicht bij een referentie (pak suiker 1 kg, appel ongeveer 200 g).
  • ToepassenDe ton als maat voor heel zware dingen (1 ton = 1000 kg).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Weeg je een appel in gram (g) of in kilogram (kg)?

Niveau 2: Zelfstandig

Hoeveel weegt een fiets ongeveer?

Niveau 3: Toepassen

In welke maat geef je het gewicht van een olifant het handigst?