Geldmodel gebruiken
Je kind kent de munten en biljetten van 1 tot 20 euro, wisselt ze en gebruikt geld als model voor de tientalstructuur (briefjes van 10 en losse euro’s).
Wat je kind oefent
- BegrijpenMunten en biljetten herkennen: 1 en 2 euro zijn munten, 5, 10 en 20 euro biljetten.
- BegrijpenDe reeks van het geldstelsel: 1, 2, 5, 10, 20 (welke bestaat er niet?).
- ZelfstandigWisselen: hoeveel munten of biljetten zijn samen evenveel.
- ToepassenGeld als model voor tientallen en eenheden.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.