Rekenen · groep 5

Route en afstand in context

Je kind bepaalt afstanden en routes: afstanden optellen op een route, de kortste route kiezen en afstand met een eenvoudige schaallijn bepalen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe lengte van een route bepalen door afstanden op te tellen.
  • ZelfstandigDe kortste van twee of drie routes kiezen.
  • ToepassenMet een schaallijn (1 cm = 1 km) een afstand bepalen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Route: Adorp → Bedum → Cranendonk → Delfzijl. Afstanden: 14 km, 12 km, 15 km. Hoe lang is de hele route?

Niveau 2: Zelfstandig

Van huis naar het meer: via het bos is 3 km + 8 km, via de dijk 11 km + 10 km. Welke route is het kortst?

Niveau 3: Toepassen

Op de kaart staat een schaallijn: 1 cm is 5 km. Twee plaatsen liggen 2 cm uit elkaar op de kaart. Hoeveel km is dat echt?