Rekenen · groep 8

Oppervlakte in context

Je kind rekent met oppervlakte in situaties: de prijs van een vloer, een samengestelde (L-vormige) ruimte, een driehoekig stuk, en hoeveel verf of tegels je nodig hebt.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe oppervlakte van een rechthoekige vloer en de prijs per m² uitrekenen.
  • ZelfstandigDe oppervlakte van een samengestelde (L-vormige) ruimte berekenen door hem op te delen.
  • ZelfstandigDe oppervlakte van een driehoekig stuk (halve rechthoek) berekenen.
  • ToepassenUitrekenen hoeveel verf, tegels of graszoden je nodig hebt (met naar boven afronden).
  • ToepassenDoorstroomtoets: opgaven in een context, met meerdere stappen en zonder hulp in beeld (referentiekader 1F/1S).
  • ToepassenVan een rechthoek met een gegeven oppervlakte en breedte eerst de lengte en dan de omtrek berekenen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Een kamer is 8 m lang en 2 m breed. Het laminaat kost € 15,00 per m². Wat kost de laminaat voor de hele vloer (in euro)?

Niveau 2: Zelfstandig

Een L-vormige kamer: een rechthoek van 9 m bij 5 m waar een stuk van 3 m bij 3 m uit is gehaald. Hoeveel m² is de vloer?

Niveau 2: Zelfstandig

Een driehoekig bloemperk heeft een basis van 8 m en een hoogte van 5 m. Hoeveel m² is het?