Letters en klanken koppelen
Je kind koppelt letters aan klanken: bij een letter de klank (en een woord dat ermee begint), bij een woord de begin-, eind- en middenklank, ook de tweetekenklanken, en hakt een gesproken woord in klanken.
Wat je kind oefent
- BegrijpenBij een letter een woord kiezen dat met die klank begint.
- BegrijpenBij een gehoord woord de letter van de beginklank kiezen.
- ZelfstandigBij een gehoord woord de letter van de eindklank kiezen.
- ZelfstandigDe klinker in het midden van een woord, ook lang (aa, oo) en tweeteken (oe, ui, eu).
- ZelfstandigEen gesproken woord in klanken hakken: hoeveel klanken hoor je?
- ToepassenAlle letters van groep 3 (34 klanktekens) herkennen, ook de laatst geleerde (g, f, au, ui, ei).
- ZelfstandigLijkende letters onderscheiden (b en d).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.