Taal en spelling · groep 5

Alinea herkennen

Je kind herkent alinea’s: een nieuwe alinea begint op een nieuwe regel of na een witregel en gaat over een nieuw deelonderwerp.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenTellen hoeveel alinea’s een tekst heeft.
  • ZelfstandigKiezen waar een alinea over gaat.
  • ToepassenKiezen waar een nieuwe alinea moet beginnen (bij een nieuw deelonderwerp).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Hoeveel alinea’s heeft deze tekst? (¶ = nieuwe alinea)

Weet jij welk dier een echte bouwer is? Dat is de bever. Bevers leven in Nederland langs rivieren en meren. ¶ Een bever knaagt met zijn sterke tanden bomen om. Daarmee bouwt hij een dam in het water. Doordat de dam het water tegenhoudt, ontstaat er een diepe vijver. In die vijver bouwt de bever zijn burcht. De ingang ligt onder water, zodat vossen er niet in kunnen.

Niveau 2: Zelfstandig

Waar gaat de tweede alinea vooral over?

Honden en katten zijn de populairste huisdieren van Nederland. Maar ze zijn heel verschillend. ¶ Een hond wil graag samen met zijn baasje zijn. Hij moet elke dag een paar keer uitgelaten worden. Een kat is juist zelfstandig. Ze gaat zelf naar buiten en komt terug wanneer ze wil. ¶ Allebei hebben ze eten, water en aandacht nodig. Welk dier bij jou past, hangt af van hoeveel tijd je hebt.