Taal en spelling · groep 5

Verhaalstructuur gebruiken

Je kind gebruikt de opbouw van een verhaal (begin met wie en waar, probleem, spannend midden, oplossing en einde) om een verhaal te plannen en aan te vullen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBij een stukje verhaal kiezen welk onderdeel het is (begin, probleem, oplossing, einde).
  • ZelfstandigEen verhaalplan in de goede volgorde zetten.
  • ToepassenEen passende oplossing of een passend einde kiezen bij een verhaalbegin.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk deel van een verhaal is dit?

Dit verhaal gaat over Sam en zijn hond Max, op de camping.

Niveau 3: Toepassen

Welke oplossing past bij dit verhaal?

Dit verhaal gaat over Sam en zijn hond Max, op de camping. Max rent achter een konijn aan het bos in. Sam zoekt overal en roept zijn naam.