Taal en spelling · groep 4

Lidwoord herkennen

Je kind herkent de lidwoorden de, het en een en kiest bij een zelfstandig naamwoord de of het.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe lidwoorden in een zin aantikken.
  • ZelfstandigBij een zelfstandig naamwoord kiezen: de of het.
  • ToepassenWeten dat bij het meervoud altijd de hoort.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Is het ‘de huis’ of ‘het huis’?

Niveau 3: Toepassen

Het is ‘het konijn’. Wat is goed in het meervoud?