Taal en spelling · groep 7

Bijwoord herkennen

Je kind herkent bijwoorden: aanwijzen in een zin, de soort (tijd, plaats, manier, hoeveelheid), en het verschil met een bijvoeglijk naamwoord.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet bijwoord in een zin aantikken.
  • ZelfstandigKiezen wat het bijwoord zegt: wanneer, waar, hoe of hoeveel.
  • ToepassenOnderscheiden van een bijwoord (zegt iets over een werkwoord) en een bijvoeglijk naamwoord (zegt iets over een zelfstandig naamwoord).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat zegt het bijwoord ‘buiten’?

Niveau 3: Toepassen

In welke zin is ‘stil’ een bijwoord?