Taal en spelling · groep 7

Lijdend voorwerp herkennen

Je kind vindt het lijdend voorwerp met de vraag ‘wie of wat + gezegde + onderwerp?’, ook in zinnen waar het niet direct na het werkwoord staat, en ziet dat niet elke zin een lijdend voorwerp heeft.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet lijdend voorwerp (alle woorden) in een zin aantikken.
  • ZelfstandigHet lijdend voorwerp kiezen met de vraag ‘wie of wat + gezegde + onderwerp?’, ook als het vooraan staat.
  • ToepassenKiezen of een zin een lijdend voorwerp heeft.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat is het lijdend voorwerp? ‘Die film heb ik al gezien.’

Niveau 3: Toepassen

Heeft deze zin een lijdend voorwerp? ‘Sam leest een spannend boek.’