Meewerkend voorwerp herkennen
Je kind vindt het meewerkend voorwerp met de vraag ‘aan of voor wie?’, ook met en zonder ‘aan’, en onderscheidt het van het lijdend voorwerp.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet meewerkend voorwerp in een zin aantikken.
- ZelfstandigHet meewerkend voorwerp vinden als er ‘aan’ of ‘voor’ voor staat.
- ToepassenKiezen of een aangewezen zinsdeel het lijdend voorwerp of het meewerkend voorwerp is.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.