Stam bepalen
Je kind bepaalt de stam van een werkwoord (hele werkwoord min -en: lopen → loop, fietsen → fiets, ook bij verdubbeling en v/z: zitten → zit, leven → leef).
Wat je kind oefent
- BegrijpenDe stam: hele werkwoord min -en.
- ZelfstandigDe stam bij verenkeling en verdubbeling (lopen → loop, zitten → zit).
- ToepassenDe stam bij v en z (leven → leef, verhuizen → verhuis).
- ZelfstandigDe stam is de ik-vorm (ik loop).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.