Werkwoordspelling controleren
Je kind controleert werkwoordspelling: vindt de fout in een zin of tekst, verbetert de vorm en kiest bij lastige gevallen (persoonsvorm of voltooid deelwoord met voorvoegsel, scheidbare werkwoorden, -dde/-tte, bijvoeglijk gebruikt) de goede vorm.
Wat je kind oefent
- BegrijpenIn een zin de fout geschreven werkwoordsvorm aanwijzen.
- ZelfstandigKiezen tussen twee vormen die hetzelfde klinken: persoonsvorm of voltooid deelwoord, verleden tijd of bijvoeglijk gebruikt.
- ZelfstandigHet voltooid deelwoord van een samengesteld werkwoord goed schrijven (scheidbaar en onscheidbaar).
- ToepassenDe fout geschreven werkwoordsvorm zelf goed schrijven.
- ZelfstandigDe juiste werkwoordsvorm invullen als de tijd en het hele werkwoord gegeven zijn (zoals in de doorstroomtoets).
- ToepassenIn een korte tekst de werkwoordsvorm vinden die fout is.
- ZelfstandigVan een werkwoordsvorm in een zin het hele werkwoord opschrijven (ook als de klank verandert: verft → verven, koos → kiezen).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.