Taal en spelling · groep 3

Personages herkennen

Je kind herkent in een voorgelezen verhaal de personages: wie doet wat, wie komt erin voor (ook dieren), wie is de hoofdpersoon, en hoe voelt een personage zich.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenZeggen welk personage iets doet.
  • ZelfstandigZeggen wie er in het verhaal voorkomen (ook dieren).
  • ToepassenDe hoofdpersoon aanwijzen: over wie gaat het verhaal vooral?
  • ToepassenZeggen hoe een personage zich voelt en waarom.