Taal en spelling · groep 7

Motief of terugkerend element herkennen

Je kind herkent een motief of terugkerend element in een verhaal: wat komt steeds terug, wat betekent het voor het verhaal, en het verschil tussen motief en onderwerp.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen welk voorwerp, beeld of zin steeds terugkomt in een verhaalfragment.
  • ZelfstandigKiezen wat het terugkerende element zegt over het verhaal of de hoofdpersoon.
  • ToepassenOnderscheiden van een motief (een terugkerend element) en het onderwerp van het verhaal.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat komt in dit verhaal steeds terug?

Sem kijkt elke dag naar de rode vlieger van zijn vader die in de schuur hangt. Als hij gepest wordt, denkt hij aan die vlieger. Op de laatste bladzijde laat hij hem eindelijk zelf op, hoog boven het dorp.

Niveau 2: Zelfstandig

Wat betekent de rode vlieger in dit verhaal?

Sem kijkt elke dag naar de rode vlieger van zijn vader die in de schuur hangt. Als hij gepest wordt, denkt hij aan die vlieger. Op de laatste bladzijde laat hij hem eindelijk zelf op, hoog boven het dorp.

Niveau 3: Toepassen

Wat is het onderwerp van dit verhaal (waar het over gaat)?

Elke keer als het onweert, verstopt Daan zich onder de tafel. Zijn opa vertelt dan een verhaal. Als opa er niet meer is, onweert het weer. Daan kruipt niet onder de tafel, maar vertelt zelf een verhaal aan zijn zusje.