Getallen vergelijken
Je kind vergelijkt hoeveelheden en getallen in woorden (meer, minder, evenveel, groter, kleiner): eerst gestructureerde hoeveelheden tot 20, dan getallen tot 100 via de tientallen. De tekens < en > horen bij 16A.04.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen gestructureerde hoeveelheid tot 20 vergelijken met een getal: meer, minder of evenveel.
- BegrijpenTwee getallen tot 20 vergelijken in woorden (groter, kleiner, evenveel).
- ZelfstandigTwee getallen tot 100 vergelijken via de tientallen.
- ToepassenGetallen met dezelfde cijfers vergelijken (46 en 64): het tiental beslist.
- ToepassenZeggen hoeveel meer of minder (verschil) bij kleine verschillen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.