Rekenen · groep 4

Plaatswaarde toepassen

Je kind gebruikt de waarde van de cijfers bij het rekenen: 10 of 100 meer of minder, verder tellen met sprongen van 10 vanaf elk getal en getallen vergelijken via het hoogste cijfer.

Wat je kind oefent

  • Begrijpen10 meer of 10 minder dan een getal tot 100: alleen het tientalcijfer verandert.
  • BegrijpenEen telrij met sprongen van 10 vanaf een willekeurig getal voortzetten, vooruit en terug.
  • ZelfstandigHele tientallen optellen bij of aftrekken van een getal.
  • ToepassenTellen met sprongen van 100 tot 1000; 100 meer of minder.
  • ToepassenTwee getallen tot 1000 vergelijken door eerst naar de hoogste plaats te kijken (<, >).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is 10 meer dan 31?

Niveau 1: Begrijpen

Tel verder: 35, 45, 55, ...

Niveau 2: Zelfstandig

23 + 50 = ?