Hoofdrekenen
Je kind rekent vlot uit het hoofd met de bouwstenen voor rekenen tot 100: hele tientallen erbij en eraf (40 + 30), aanvullen tot een tiental en tot 100, aftrekken vanaf een tiental, verdubbelen en halveren en rekenen naar analogie (4 + 3 → 34 + 3).
Wat je kind oefent
- BegrijpenHele tientallen optellen en aftrekken via de kleine som.
- BegrijpenRekenen naar analogie binnen een tiental: 4 + 3 = 7, dus 34 + 3 = 37.
- ZelfstandigAanvullen tot het volgende tiental en aftrekken vanaf een tiental.
- ZelfstandigHele tientallen aanvullen tot 100.
- ToepassenVerdubbelen en halveren tot 100.
- ToepassenDeze sommen vlot (binnen enkele seconden) uit het hoofd.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.