Rekenen · groep 4

Optellen en aftrekken tot 100

Je kind telt op en trekt af tot 100 met alle typen sommen: met eenheden binnen en over het tiental, met tientallen en eenheden, met rijgen, rijgen met teveel en aanvullen, ook in verhalen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen eenheid erbij of eraf binnen het tiental.
  • BegrijpenEen eenheid erbij of eraf over het tiental heen (via het tiental).
  • ZelfstandigTientallen en eenheden erbij of eraf zonder tiental­overschrijding (rijgen).
  • ZelfstandigRijgen met tiental­overschrijding, in maximaal 3 sprongen.
  • ToepassenRijgen met teveel (compenseren) bij 9 en 8 in de eenheden.
  • ToepassenAftrekken door aan te vullen als de getallen dicht bij elkaar liggen.
  • ZelfstandigOptellen en aftrekken tot 100 in een verhaal (erbij, eraf, samen, verschil).
  • ToepassenEen lange optelsom handig samennemen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

31 − 1 = ?

Niveau 1: Begrijpen

54 − 9 = ?

Niveau 1: Begrijpen

20 + 21 + 22 = ?