Optellen en aftrekken tot 100
Je kind telt op en trekt af tot 100 met alle typen sommen: met eenheden binnen en over het tiental, met tientallen en eenheden, met rijgen, rijgen met teveel en aanvullen, ook in verhalen.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen eenheid erbij of eraf binnen het tiental.
- BegrijpenEen eenheid erbij of eraf over het tiental heen (via het tiental).
- ZelfstandigTientallen en eenheden erbij of eraf zonder tientaloverschrijding (rijgen).
- ZelfstandigRijgen met tientaloverschrijding, in maximaal 3 sprongen.
- ToepassenRijgen met teveel (compenseren) bij 9 en 8 in de eenheden.
- ToepassenAftrekken door aan te vullen als de getallen dicht bij elkaar liggen.
- ZelfstandigOptellen en aftrekken tot 100 in een verhaal (erbij, eraf, samen, verschil).
- ToepassenEen lange optelsom handig samennemen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.