Rekenen · groep 5

Optellen en aftrekken tot 1000

Je kind telt op en trekt af tot 1000: met honderdtallen via de kleine som, met rijgen (ook in maximaal 3 sprongen), met splitsen, met aanvullen als de getallen dicht bij elkaar liggen en met rijgen met teveel, ook in verhalen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHonderdtallen optellen en aftrekken via de kleine som.
  • BegrijpenRijgen met honderdtallen en tientallen.
  • ZelfstandigRijgen in maximaal 3 sprongen met eenheden en tientallen.
  • ZelfstandigOptellen en aftrekken met splitsen (honderdtallen, tientallen, eenheden apart).
  • ToepassenAftrekken door aan te vullen als de getallen dicht bij elkaar liggen.
  • ToepassenRijgen met teveel bij 9 of 8 (199, 98).
  • ZelfstandigOptellen en aftrekken tot 1000 in een verhaal.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

600 − 200 = ?

Niveau 1: Begrijpen

600 − 350 = ?

Niveau 2: Zelfstandig

545 + 33 = ?