Rekenen · groep 8

Breuken in context

Je kind lost verhaalproblemen met breuken op: een deel van een hoeveelheid, breuken samen nemen, wat er overblijft, hoe vaak een deel in een hoeveelheid past en welke verdeling het meest oplevert.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen breuk van een hoeveelheid of bedrag uitrekenen in een situatie.
  • ZelfstandigBreuken (ook ongelijknamig) samen nemen of van elkaar aftrekken in een situatie.
  • ZelfstandigBepalen welk deel overblijft als een paar delen weg zijn, en hoeveel dat is.
  • ToepassenUitrekenen hoe vaak een deel in een hoeveelheid past (delen door een breuk in een situatie).
  • ToepassenTwee verdelingen vergelijken: waar krijg je het meest?

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

De fietstocht is 540 km. Na de pauze heb je 7/10 van de tocht gefietst. Hoeveel km is dat?

Niveau 2: Zelfstandig

Je koopt 1/2 kg kaas en 2/3 kg worst. Hoeveel is dat samen?

Niveau 2: Zelfstandig

In een zak zitten 32 knikkers. 3/8 deel is geel, 1/4 deel is blauw. De rest is wit. Hoeveel knikkers zijn wit?