Rekenen · groep 4

Gewicht meten

Je kind vergelijkt gewichten, kent de kilogram met een referentie (een pak suiker) en de gram voor lichte dingen, leest een weegschaal af in hele kilo’s en rekent met eenvoudige gewichten.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenGewichten vergelijken: wat is zwaarder of lichter, ook bij een balans.
  • BegrijpenDe kilogram koppelen aan een referentie: een pak suiker weegt 1 kg.
  • ZelfstandigKiezen tussen kilogram en gram en een realistisch gewicht kiezen.
  • ZelfstandigEen weegschaal met hele kilo’s aflezen (wijzer tussen twee streepjes: de helft).
  • ToepassenRekenen met gewichten: samen, verschil, en wegen via jezelf (samen op de weegschaal).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is zwaarder: een baksteen of een spons?

Niveau 1: Begrijpen

Een pak suiker weegt 1 kg. Hoeveel kg wegen 7 pakken suiker?

Niveau 2: Zelfstandig

Hoeveel weegt een appel ongeveer?