Tijdseenheden herkennen
Je kind kent de tijdseenheden seconde, minuut, kwartier, uur, dag, week, maand en jaar, hun onderlinge relaties (60 minuten in een uur, 7 dagen in een week, 12 maanden in een jaar) en kiest bij een activiteit een passende eenheid.
Wat je kind oefent
- BegrijpenMinuten in een uur, half uur en kwartier.
- BegrijpenDagen in een week, maanden in een jaar, uren in een dag.
- ZelfstandigBij een activiteit de passende tijdseenheid kiezen.
- ToepassenEenvoudig omrekenen: 2 uur = 120 minuten, 2 weken = 14 dagen, 3 kwartier = 45 minuten.
- ZelfstandigDe seconde als heel korte tijd (60 seconden in een minuut).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.