Rekenen · groep 8

Passende eenheid kiezen

Je kind kiest de passende maateenheid bij een situatie of berekening, herkent bij welke grootheid een eenheid hoort, kent voorvoegsels (kilo, mega, giga) en beoordeelt of een maat realistisch is.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe passende eenheid kiezen bij een situatie.
  • ZelfstandigBij een eenheid de grootheid noemen (m² is oppervlakte, dm³ is inhoud).
  • ZelfstandigKiezen welke maat (getal met eenheid) realistisch is.
  • ZelfstandigDe betekenis van voorvoegsels kilo, mega en giga gebruiken.
  • ToepassenTwee maten in verschillende eenheden vergelijken door ze in dezelfde eenheid te zetten.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Je meet de oppervlakte van een boerderij met weilanden. Welke eenheid past?

Niveau 1: Begrijpen

Welke eenheid past daar het best bij?

Je wilt opschrijven hoe ver het van Amsterdam naar Utrecht is.

Niveau 2: Zelfstandig

Bij welke grootheid hoort de eenheid m²?