Positie bepalen
Je kind bepaalt een positie op een kaart met een kaartvak (B3) en met windrichtingen (noorden, oosten, zuiden, westen).
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet kaartvak van een plek noemen of een plek in een kaartvak vinden.
- ZelfstandigWindrichtingen op een kaart gebruiken (noorden boven).
- ToepassenTussenrichtingen (noordoost, zuidwest).