Wiskundige begrippen gebruiken
Je kind gebruikt rekenbegrippen om iets uit te rekenen: dubbel en helft, … meer dan en … minder dan, en rangtelwoorden.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet dubbele en de helft van getallen tot 20.
- Zelfstandig… meer dan en … minder dan uitrekenen.
- ZelfstandigRangtelwoorden: de eerste, tweede, derde in een rij.
- ToepassenTwee begrippen na elkaar gebruiken.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.