Vergelijkingstekens gebruiken
Je kind gebruikt de tekens <, > en = om getallen en eenvoudige sommen te vergelijken.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet teken <, > of = tussen twee getallen tot 20.
- ZelfstandigHet teken tussen twee getallen tot 100, ook met omgedraaide cijfers.
- ZelfstandigEen vergelijking lezen: klopt ‘9 > 6’?
- ToepassenTwee sommen of een som en een getal vergelijken.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.