Rekenen · groep 5

Schema gebruiken

Je kind gebruikt een schema om een probleem te ordenen: een boomdiagram of rooster voor combinaties, en een pijlenschema voor stappen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenCombinaties tellen met een rooster of boomdiagram.
  • ZelfstandigEen pijlenschema met meer stappen volgen.
  • ToepassenHet schema kiezen dat bij een situatie past.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Je hebt 2 ijssmaken en 2 soorten hoorntjes. Hoeveel verschillende combinaties kun je maken (één van elk)?

Niveau 2: Zelfstandig

Pijlenschema: 37 —(+ 22)→ ? —(+ 20)→ ?. Wat komt er aan het eind?

Niveau 3: Toepassen

Welk schema hoort bij het verhaal? In de bus zitten 30 mensen. Er stappen 8 uit en 5 in.