Taal en spelling · groep 3

Eenvoudige woorden lezen

Je kind leest klankzuivere woorden van één lettergreep (mkm, mk, km) correct en steeds vlotter, onderscheidt ze van lijkende woorden, en leest een korte zin met begrip.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenWoorden met alleen aan het begin of eind een medeklinker (ijs, uil, ei, kou).
  • ZelfstandigHet goede woord kiezen tussen woorden die erop lijken (vis, vos, mis).
  • ToepassenWerkwoorden met -t lezen (loopt, rent).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 3: Toepassen

Lees de zin. Waar zit het dier?

De muis zit in het huis.