Taal en spelling · groep 3

Tegenovergestelde woorden herkennen

Je kind herkent tegenstellingen: bij een woord het tegenovergestelde, in een zin het passende tegendeel, en een woordpaar dat een tegenstelling is.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBij een woord het tegenovergestelde kiezen.
  • ZelfstandigIn een zin het tegendeel invullen.
  • ToepassenEen tegenstelling onderscheiden van een woordpaar dat bijna hetzelfde betekent.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is het tegenovergestelde van open?

Niveau 2: Zelfstandig

Opa is oud. De baby is ...

Niveau 3: Toepassen

Welk woordpaar is een tegenstelling?