Taal en spelling · groep 7

Tegenstrijdige informatie herkennen

Je kind herkent tegenstrijdige informatie binnen een tekst, tussen een tekst en een tabel of schema, en tussen twee bronnen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenIn één tekst twee zinnen vinden die elkaar tegenspreken.
  • ZelfstandigZien dat een tekst iets anders zegt dan de tabel of het schema erbij.
  • ToepassenTwee bronnen vergelijken: waar spreken ze elkaar tegen, en welke bron is waarschijnlijk juist?

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welke zin spreekt deze zin tegen: ‘Museum Het Ruim is elke dag open van 10 tot 5 uur.’

Museum Het Ruim is elke dag open van 10 tot 5 uur. Je kunt er oude schepen bekijken. Kinderen tot 12 jaar mogen gratis naar binnen. Op maandag is het museum gesloten.

Niveau 1: Begrijpen

Spreken twee zinnen in deze tekst elkaar tegen?

Museum Het Ruim is elke dag open van 10 tot 5 uur. Je kunt er oude schepen bekijken. Kinderen tot 12 jaar mogen gratis naar binnen. Op maandag is het museum gesloten.

Niveau 3: Toepassen

Twee bronnen zeggen iets anders over hoeveel suiker in cola zit. Welke klopt waarschijnlijk?

Bron A (een website over gezonde voeding): In een blikje cola zitten ongeveer 7 suikerklontjes. ¶ Bron B (advertentie van een frisdrankmerk): Onze cola is bijna suikervrij en supergezond.