Taal en spelling · groep 7

Argument bij standpunt herkennen

Je kind herkent argumenten bij een standpunt: kiest het argument dat bij een standpunt past, onderscheidt argumenten voor en tegen, en vindt de argumenten in een tekst.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet argument kiezen dat een standpunt ondersteunt.
  • ZelfstandigKiezen of een argument vóór of tégen een standpunt is.
  • ToepassenIn een betogende tekst het argument vinden dat de schrijver gebruikt.
  • ToepassenDoorstroomtoets (lezen): langere teksten met meerkeuzevragen over verbanden, bedoeling en standpunt (referentiekader 1F/2F).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Standpunt: Er moeten meer prullenbakken in het park komen. Welk argument steunt dit standpunt?

Niveau 2: Zelfstandig

Standpunt: Er moet een schooluniform komen. Is dit argument vóór of tégen? ‘Een schooluniform is duur voor ouders.’

Niveau 3: Toepassen

Dit is een stukje in de schoolkrant. Welk argument geeft de schrijver?

Onze pauze duurt maar vijftien minuten. Dat is veel te kort. ¶ Als je je brood op hebt, is er bijna geen tijd meer om te spelen. Toch is bewegen in de pauze belangrijk: wie buiten rent en speelt, kan zich daarna beter concentreren in de les. ¶ Ik vind daarom dat de pauze een half uur moet duren.