Taal en spelling · groep 7

Standpunt herkennen

Je kind herkent een standpunt: onderscheidt het van een feit, vindt het standpunt in een tekst en vergelijkt de standpunten van twee personen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of een zin een standpunt (wat iemand vindt dat moet) of een feit is.
  • ZelfstandigHet standpunt van de schrijver in een tekst kiezen.
  • ToepassenDe standpunten van twee personen vergelijken.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Is dit een standpunt of een feit? ‘Snoep hoort niet in de schoolkantine.’

Niveau 2: Zelfstandig

Dit is een brief aan de wethouder. Wat is het standpunt van de schrijver?

Geachte wethouder, ¶ Bij onze school steken elke ochtend honderden kinderen de Dorpsstraat over. Er rijden daar veel auto’s, en vaak te hard. Vorige maand werd een meisje uit groep 4 bijna aangereden. ¶ Daarom vinden wij dat er een zebrapad moet komen voor de school. Bij een zebrapad moeten auto’s stoppen voor overstekende kinderen. Ook durven ouders hun kinderen dan alleen naar school te laten fietsen. ¶ Wij hopen dat u hier snel voor zorgt. ¶ Met vriendelijke groet, de leerlingenraad

Niveau 3: Toepassen

Finn en Emma praten over een schoolreisje naar een pretpark. Wat is het standpunt van Emma?

Finn: “We moeten naar een pretpark. Daar is het voor iedereen leuk.” ¶ Emma: “We moeten naar een museum. Daar leer je ook nog iets.”