Taal en spelling · groep 8

Informatie uit meerdere tekstonderdelen combineren

Je kind combineert informatie uit meerdere delen van een tekst: uit twee alinea’s, uit een tekst en een tabel, en trekt daarmee een conclusie die nergens letterlijk staat.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen vraag beantwoorden waarvoor je informatie uit twee alinea’s samen nodig hebt.
  • ZelfstandigInformatie uit een tekst combineren met een tabel of schema.
  • ToepassenEen conclusie trekken die nergens letterlijk staat, door twee gegevens uit de tekst te combineren.
  • ToepassenDoorstroomtoets (lezen): langere teksten met meerkeuzevragen waarvoor je informatie uit verschillende delen moet combineren (referentiekader 1F/2F).
  • ZelfstandigBij een lange tekst (verslag, verhaal, interview, instructie, betoog) informatie vinden, uitleggen waarom iets gebeurt en de bedoeling van een zin duiden.
  • ZelfstandigDe tekstsoort en het doel van de schrijver (informeren, instrueren, overtuigen, vermaken) bepalen.
  • ToepassenDe opbouw van een lange tekst doorzien: kopje boven een alinea, titel, functie van een alinea, in welke alinea’s iets staat.
  • ZelfstandigBij een lange tekst de betekenis van een woord of uitdrukking uit de context afleiden, en zien of een woord letterlijk of figuurlijk gebruikt is.
  • ToepassenBij een lange tekst de beste samenvatting kiezen, een passend argument bij een mening over de tekst, of de website waar je verder kunt zoeken.
  • BegrijpenBij een lange tekst één gegeven opzoeken dat er letterlijk staat.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Hoe laat is de boot terug in Harlingen?

Met de boot naar de zeehonden ¶ Elke zomer vaart de rondvaartboot vanuit Harlingen naar de zandbanken waar zeehonden liggen. De boot vertrekt om 10.30 uur. ¶ Onderweg vertelt een gids over het wad. Alleen bij laagwater liggen de zeehonden op de zandplaten te rusten. Bij hoogwater zwemmen ze in zee en zie je ze bijna niet. ¶ De tocht duurt tweeënhalf uur. Aan boord kun je een lunchpakket kopen. ¶ Prijzen: volwassene € 18 – kind van 4 tot en met 12 jaar € 11 – kind onder 4 jaar gratis – lunchpakket € 6

Niveau 1: Begrijpen

Wanneer kun je getikt worden?

Spelregels: Vlaggenroof ¶ (1) Vlaggenroof is een spel voor twee teams van zes tot twaalf spelers. Je speelt het op een grasveld of een groot plein. Een potje duurt twintig minuten. Je hebt nodig: twee vlaggen of hesjes in verschillende kleuren, pionnen of een lang touw, en een fluitje voor de spelleider. ¶ (2) Voorbereiding: verdeel het veld met een touw of pionnen in twee helften. Elk team legt aan de achterkant van zijn helft een vlag in een cirkel van ongeveer twee meter. Naast de cirkel is ook een ‘gevangenis’ nodig: een vak van drie bij drie meter. Zet de vlag en de gevangenis zo neer dat ze allebei goed te zien zijn voor de spelleider. ¶ (3) Het doel: probeer de vlag van het andere team te pakken en naar je eigen helft te brengen, zonder getikt te worden. Je mag de vlag niet gooien en niet aan een teamgenoot geven: je moet hem zelf over de middellijn dragen. ¶ (4) Zolang je op je eigen helft bent, ben je veilig en mag je tikken. Zodra je over de middellijn gaat, kun je getikt worden. Wie getikt wordt, gaat naar de gevangenis van het andere team. Een teamgenoot kan je bevrijden door jou aan te tikken; daarna lopen jullie samen veilig terug naar je eigen helft. ¶ (5) Let op: in de cirkel rond je eigen vlag mag je niet komen om te verdedigen. Je moet dus buiten de cirkel tikken. ¶ (6) Wie heeft gewonnen? Het team dat als eerste de vlag van de tegenstander over de middellijn brengt. Lukt het niemand binnen twintig minuten, dan wint het team met de minste spelers in de gevangenis.

Niveau 1: Begrijpen

Hoe laat ging de laatste bus?

De laatste bus ¶ (1) De bus reed weg op het moment dat Noor de hoek om kwam rennen. Ze zwaaide met haar armen en riep, maar de chauffeur zag haar niet. Het rode achterlicht verdween in de mist. Noor bleef hijgend staan bij de bushalte. Op het bordje stond: laatste rit 22.15 uur. Het was 22.16. ¶ (2) Ze had de verjaardag van haar nicht niet te laat willen verlaten. Daarom had ze nog één spelletje meegedaan, en toen nog één. Nu stond ze alleen op een donker plein in een dorp waar ze niemand kende. Haar telefoon gaf nog vier procent batterij. ¶ (3) Noor belde haar vader. Hij nam meteen op. “Blijf waar je bent,” zei hij. “Ik kom je halen, maar het duurt een halfuur.” Toen ging haar telefoon uit. Een halfuur. In de kou, in het donker. Ze trok haar jas dichter om zich heen. ¶ (4) Aan de overkant brandde nog licht in een snackbar. Achter de toonbank stond een jongen met een schort. Hij zag Noor staan en wenkte. Ze twijfelde. Haar vader had gezegd dat ze moest blijven waar ze was. Maar vanuit de snackbar kon ze de bushalte gewoon zien. Ze stak over. ¶ (5) “Bus gemist?” vroeg de jongen. Hij heette Youssef en zat in de derde klas van de middelbare school. Hij gaf haar een beker warme chocolademelk. “Van het huis,” zei hij. “Iedereen mist die bus een keer.” Hij liet haar zijn oplader gebruiken, zodat ze haar vader kon laten weten waar ze was. ¶ (6) Precies een halfuur later stopte de auto van haar vader voor de deur. Noor bedankte Youssef wel drie keer. In de auto was het warm. “Volgende keer,” zei haar vader, “ga je één spelletje eerder weg.” Noor knikte. Maar ze dacht vooral aan de warme chocolademelk.