Signaalwoorden gebruiken
Je kind gebruikt signaalwoorden om zinnen te verbinden: omdat/want (reden), maar (tegenstelling), daarna/toen (tijd), dus (gevolg), bijvoorbeeld (voorbeeld).
Wat je kind oefent
- BegrijpenZinnen verbinden met een signaalwoord van tijd.
- ZelfstandigHet signaalwoord kiezen dat de relatie aangeeft (omdat, maar, dus).
- ToepassenBenoemen welke relatie een signaalwoord aangeeft.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.