Taal en spelling · groep 6

Argument met reden formuleren

Je kind onderbouwt een mening met een argument (een reden): standpunt + omdat + argument, en kiest het sterkste argument.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet argument kiezen dat bij een mening past.
  • ZelfstandigHet sterkste argument kiezen.
  • ToepassenOnderscheiden welk deel de mening is en welk deel het argument.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Mening: ‘Er moet een zebrapad komen bij school.’ Welk argument past bij deze mening?

Niveau 2: Zelfstandig

Mening: ‘Er moet meer groen op het schoolplein.’ Welk argument is het sterkst?

Niveau 3: Toepassen

‘Er moet een zebrapad komen bij school, want nu is oversteken gevaarlijk voor kinderen.’ Welk deel is het argument?