Taal en spelling · groep 6

Taalprobleem herkennen

Je kind herkent een taalprobleem en de aanpak: een zin die niet duidelijk is, een woord dat je niet kunt spellen of een tekst die niet past bij de lezer, en kiest wat je dan doet.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenBenoemen wat er misgaat in een taalsituatie.
  • ZelfstandigDe beste aanpak bij het probleem kiezen.
  • ToepassenHerkennen welke zin onduidelijk is en waarom.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Je weet niet of je ‘cadeau’ of ‘kado’ moet schrijven. Wat is het probleem?

Niveau 2: Zelfstandig

Je luisteraars kijken verveeld tijdens je spreekbeurt. Wat doe je het best?

Niveau 3: Toepassen

Waarom is deze zin onduidelijk?

Hij gaf hem zijn boek terug.