Taal en spelling · groep 5

Bijvoeglijk naamwoord herkennen

Je kind herkent bijvoeglijke naamwoorden: woorden die iets zeggen over hoe iets of iemand is (groot, rode, zacht), ook de trappen van vergelijking.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet bijvoeglijk naamwoord kiezen uit een rij woorden.
  • ZelfstandigHet bijvoeglijk naamwoord in een zin aantikken.
  • ToepassenTrappen van vergelijking (groot – groter – grootst).
  • ToepassenStoffelijk bijvoeglijk naamwoord (houten, gouden).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord?

Niveau 1: Begrijpen

Een tafel van glas is een … tafel.

Niveau 3: Toepassen

Welk woord hoort op de puntjes? dik → dikker → …