Taal en spelling · groep 5

Onderwerp vinden

Je kind vindt het onderwerp van een zin (wie of wat doet iets?) en weet dat onderwerp en persoonsvorm in getal overeenkomen.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet onderwerp vinden met de vraag: wie of wat + persoonsvorm?
  • ZelfstandigHet onderwerp (alle woorden ervan) in een zin aantikken.
  • ToepassenHet onderwerp vinden als het niet vooraan staat.
  • ToepassenOnderwerp en persoonsvorm in getal: enkelvoud of meervoud.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is het onderwerp? (Wie of wat zingen?)

De vrolijke kinderen zingen in de klas.

Niveau 1: Begrijpen

Welke persoonsvorm past bij het onderwerp? Opa en oma …

Niveau 3: Toepassen

Wat is het onderwerp? (Wie of wat eten?)

Na de les eten we een lekker broodje.