Taal en spelling · groep 6

Woordvolgorde en betekenis

Je kind verkent hoe woordvolgorde de betekenis bepaalt: zinsdelen verplaatsen (blijft de betekenis?), wie doet wat, en de plaats van de persoonsvorm in een vraag.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen welke zin hetzelfde betekent na het verplaatsen van een zinsdeel.
  • ZelfstandigZien dat een andere volgorde een andere betekenis geeft.
  • ToepassenVan een mededeling een vraag maken (persoonsvorm vooraan).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welke zin betekent hetzelfde (een zinsdeel is verplaatst)?

Om acht uur begint de film.

Niveau 2: Zelfstandig

Zin 1: ‘De hond bijt de man.’ Zin 2: ‘De man bijt de hond.’ Verandert de betekenis?

Niveau 3: Toepassen

Maak van deze zin een vraag. Welke vraag is goed?

Jij komt morgen.