Taal en spelling · groep 8

Hoofdzin en bijzin herkennen

Je kind herkent hoofdzin en bijzin: wijst de bijzin aan, ziet of een samengestelde zin uit twee hoofdzinnen of uit een hoofdzin en een bijzin bestaat, weet dat in de bijzin de persoonsvorm achteraan staat en zet de komma tussen hoofd- en bijzin.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenIn een samengestelde zin de bijzin aanwijzen.
  • ZelfstandigBepalen of een zin bestaat uit twee hoofdzinnen of uit een hoofdzin en een bijzin.
  • ZelfstandigWeten dat in een bijzin de persoonsvorm (meestal) achteraan staat, en de bijzin zo herkennen.
  • ToepassenDe komma tussen hoofdzin en bijzin op de goede plek zetten.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 2: Zelfstandig

Waaruit bestaat deze zin? ‘Ik bleef thuis omdat ik ziek was.’

Niveau 3: Toepassen

In welke zin staat de komma goed?