Taal en spelling · groep 4

Correcte zin formuleren

Je kind herkent een goed gevormde zin: volledige zin met onderwerp en werkwoord, de goede woordvolgorde en een werkwoord dat past bij wie het doet.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of iets een volledige zin is.
  • ZelfstandigDe zin met de goede woordvolgorde kiezen of woorden ordenen tot een zin.
  • ToepassenHet werkwoord kiezen dat past bij wie het doet (ik loop, wij lopen).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Is dit een hele zin? ‘De hond.’

Niveau 3: Toepassen

Welk werkwoord past? De kinderen ...