Taal en spelling · groep 6

Nederlands vergelijken met andere talen

Je kind vergelijkt het Nederlands met andere talen: woorden die op elkaar lijken (verwante talen), leenwoorden in het Nederlands, en verschillen in klank of woordvolgorde.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenWoorden in andere talen die op het Nederlands lijken.
  • ZelfstandigHerkennen uit welke taal een leenwoord komt.
  • ToepassenEen verschil in klank of zinsbouw herkennen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord uit een andere taal lijkt het meest op het Nederlandse ‘huis’?

Niveau 2: Zelfstandig

Het woord ‘spaghetti’ is een leenwoord. Uit welke taal komt het?

Niveau 3: Toepassen

Welke klank heeft het Nederlands wel, maar het Engels bijna niet?