Taalverschillen beschrijven
Je kind beschrijft taalverschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten.
Wat je kind oefent
- BegrijpenEen overeenkomst of verschil tussen woorden in het Nederlands en een andere taal kiezen.
- ZelfstandigEen verschil in woordvolgorde tussen het Nederlands en het Engels herkennen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.