Personages herkennen
Je kind herkent in een voorgelezen verhaal de personages: wie doet wat, wie komt erin voor (ook dieren), wie is de hoofdpersoon, en hoe voelt een personage zich.
Wat je kind oefent
- BegrijpenZeggen welk personage iets doet.
- ZelfstandigZeggen wie er in het verhaal voorkomen (ook dieren).
- ToepassenDe hoofdpersoon aanwijzen: over wie gaat het verhaal vooral?
- ToepassenZeggen hoe een personage zich voelt en waarom.