Taal en spelling · groep 3

Setting herkennen

Je kind zegt waar en wanneer een verhaal zich afspeelt, aan de hand van aanwijzingen in de tekst (plaats, seizoen, dagdeel).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenZeggen waar het verhaal zich afspeelt.
  • ZelfstandigZeggen wanneer het verhaal zich afspeelt (seizoen, dagdeel).
  • ToepassenHet woord of de zin kiezen waaraan je hoort waar of wanneer het is.