Verhaal interpreteren
Je kind interpreteert een verhaal: legt uit waarom een personage iets doet, typeert een personage, beschrijft hoe de hoofdpersoon verandert, herkent een terugblik (flashback) en verwoordt de boodschap.
Wat je kind oefent
- BegrijpenUitleggen waarom een personage iets doet (ook als dat niet letterlijk staat).
- ZelfstandigEen personage typeren aan wat het doet en zegt.
- ZelfstandigBeschrijven hoe de hoofdpersoon verandert van het begin tot het eind.
- ToepassenHerkennen dat een stuk van het verhaal eerder gebeurde (terugblik).
- ToepassenDe boodschap van het verhaal verwoorden.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.